home




Laatst gewijzigd 22 feb 2016

Van de hak op de tak

De Joodse tak

Henny's moeder is van Joodse afkomst, al haar ontdekte voorouders zijn van Joodse afkomst. Het werd kennelijk niet geaccepteerd als je met iemand van een ander geloof trouwde - iets wat overigens tot aan de 2e WO ook voor een groot aantal Rooms-Katholieken en Protestanten gold.
De familienamen in deze tak zijn:
TROMPETTER - v.WIJNBERGEN - d.HAAS - v.DANTZIG - DENNEBOOM - HÖH - v.IJSSEL - d.WOLF - ASJKENAZ - ZILVERBERG - v.GELDER - COHEN
Al deze families hebben - voor zover nu bekend - hun wortels in Duitsland of Polen. In de 18e en 19e eeuw vestigden ze zich in Nederland. Van de meesten van hen wordt in de archieven als beroep "koopman" genoemd, hetgeen over het algemeen kan worden geinterpreteerd als marktkoopman of kramer. Voorbeelden zijn:

v.DANTZIG, David Benjaminsz (HARST-30)
was koopman, woonde in de Groenesteeg te Leiden, zijn vrouw Roosje de WOLF (HARST-31) was dienstbode.

DENNEBOOM, Israël Joseph (HARST-50)
was koopman in Beilen en afkomstig uit Neuenhaus in het graafschap Bentheim.

d.HAAS, Abraham Philippus (HARST-26)
was ten tijde van zijn huwelijk in 1839 dienstknecht, later werd hij koopman en Godsdienstonderwijzer.

TROMPETTER, David Joel (HARST-6)
was oprichter en eigenaar van een kleermakerij in de Schutstraat en winkel in de Hoofdstraat te Hoogeveen, hij bezat bovendien twee panden aan de Coevorderstraatweg en belegde zijn spaargeld in hypotheken o.a. te Berlijn. Zijn grootvader David Heiman (HARST-24) was een koopman afkomstig uit Hoorn, hij vestigde zich in Beilen waar hij Henderica Denneboom (HARST-25) trouwde.

v.WIJNBERGEN, Abraham (HARST-14)
was groothandelaar in kaas in Gouda, woonde daar o.a. aan de Blekersingel.

d.WOLF, Samuel (HARST-62)
was winkelier/koopman te Leiden, hij woonde o.a. aan de Raamsteeg, was afkomstig uit Amsterdam en vestigde zich in 1796 in Leiden. Wolf was de voornaam van zijn vader Wolf Samuel.

Delftenaren

Een groot deel van Hans zijn voorouders - vooral van vaders kant - heeft in Delft geleefd.
Van oudsher was Delft een plaats van enige omvang, waar je je veilig kon voelen dankzij de stadsmuren en waar plaats was voor stadse voorzieningen zoals armen-, ouderen- en ziekenzorg. Aan de andere kant zullen een aantal van mijn voorouders getroffen zijn door rampen als de explosie van het munitie depot in 12 oktober 1654 en de Grote Brand die uitbrak op 3 mei 1536.
Ik heb een overzicht gemaakt op Google Maps van alle plaatsen waarvan ik kon traceren dat Delftse voorouders hebben gewoond, zie maps.google.com. Op deze kaart, verwijzen de rode punaises naar lokaties waar voorouders hebben gewoond, maar die niet meer bestaan, de gele punaises verwijzen naar lokaties waar voorouders hebben gewoond waarvan de huizen nog bestaan.
Enkele Delftenaren waarover wat informatie is gevonden zijn:

d.BLIJ, Jan (BOS-2400)
woonde in de Doorniksteeg, zijn zoon Daniel (BOS-1200) woonde aan de Nieuwe Langendijk.

v.BOECKELT, Jan (BOS-2418)
was zeeman (varentgesel) in 1628.

BONAERT, Robertus (BOS-288)
kocht op 14 oktober 1706 een huisje in de Poppesteeg. Zijn kleinzoon Robertus (BOS-72) was meester timmerman en woonde aan de Oude Langendijk waar hij ook zijn winkel en werkplaats had. Hij bezat bovendien twee huizen aan de noordzijde van de Broerhuissteeg en drie percelen aan de oostzijde van de Beestenmarkt, in de hoek van het plein, nabij de Molslaan. Als timmerman was hij betrokken bij de bouw van de Rooms Katholieke Kerk op de Brabantse Turfmarkt, waar hij de banken gemaakt zou hebben. Diens kleinzoon Hermanus Johannes (BOS-18) werd zadelmaker vermoedelijk in een pand aan de noordwestzijde van de Beestenmarkt , nabij de Burgwal. Zeker is dat op dat adres diens schoonzoon Johannes Wilhelmus v.d.BOS (BOS-8) datzelfde beroep zou gaan uitoefenen.

BOOT, Joris (BOS-4306)
was korendrager ten tijde van zijn huwelijk in 1602. Later werd hij trompetter, hij woonde toen in de Achtersack.

v.d.BOS, Jan (BOS-128)
was kleermaker, zijn kleinzoon Johannes Wilhelmus (BOS-32) was eerst sjouwer, later schoenmaker, evenals diens zoon Willem Johannes (BOS-16) en evenals diens zoon Johannes Wilhelmus (BOS-8).

v.d.BURCH, Cornelis Jacobsz (BOS-4174)
was plateelbakker (pottenbakker) in 1623.

CANEIJ, Frans Jansz (BOS-888)
woonde rond 1705 in de Dirklangenstraat, net als zijn zoon Jan (BOS-444) die schoenmaker was. Jan's kleindochter Adriana (BOS-111) was fruitverkoopster.

v.CLEEFF, Jan Jansz (BOS-4802)
was soldaat in 1626.

CLOETINGH, Joris Andriesz (BOS-2060)
was in 1645 meester boekdrukker en -verkoper in Delft, net als zijn zoon Sijmon (BOS-1030), broer Jan en diens zoon Andries. Het pand waar zowel Joris Andriesz als zijn zoon Sijmon gewoond hebben in de Hippolytusbuurt is tegenwoordig een restaurant: Bistro de Pijpenla. Het restaurant maakt reclame met de namen van de vorige eigenaren. In 1668 wordt Simon genoemd als kunstverkoper in "'t Vergulde Tafelboeck" aan het Noordeinde. Zijn oom Jan en neef Andries hadden hun winkel genaamd "'t Gulden ABC" aan de Markt, een pand dat nog steeds deze naam draagt.

v.ELTERENBERGH, Dirck Cornelisz (BOS-1780)
woonde aan de Verwersdijk, net als zijn schoonvader Cent Leendertsz v.HELDE (BOS-3562) die brouwersknecht was. Dirck's kleindochter, Ariaentje (BOS-445) woonde aan het Achterom.

d.HENGST, Jan Pietersz (BOS-1068)
was afkomstig uit Delfshaven en woonde aan de Voldersgracht in Delft. Zijn zoon Pieter (BOS-534) was in dienst bij de V.O.C., hij wordt twee keer vermeld bij reizen met de Donkervliet naar Batavia, in 1701, resp. 1704, bij de eerste reis was hij nog gezel, bij de tweede was hij bosschieter (kanonnier).

HOUCKGEEST, Jan Ottensz (BOS-4248)
woonde in ca 1625 in de Doelenstraat. Daarna woonde daar zijn zoon Jacob (BOS-2124). Deze Jacob bezat tevens een perceel in de Molenstraat aan de noordzijde van de Verwersdijk en een perceel aan de Verwersdijk. Zijn zoon Pieter (BOS-1062) erfde deze twee percelen.

HUIJGEBAERT, Carel Pietersz (BOS-9624)
woonde in de Yperstraat rond ca 1635, waar na zijn overlijden zijn vrouw Catalijna BOLLE (BOS-9625) en later ook zijn zoon Pieter (BOS-4812) ging wonen. Deze Pieter bezat een pand aan de Vlamingstraat en was toen saaidrapier, een eigenaar van een draperie, waar ruwe wol werd omgezet in een afgewerkt produkt.

IDING, Wessel (BOS-111)
woonde rond 1670 aan de Brabantse Turfmarkt op de hoek met de Pieterstraat en was soldaat.

KEERWEER, Arie Gerritsz (BOS-4278)
was in 1625 bierkruier en woonde buiten de Rotterdamse poort aan het huidige Werfpad.

LAMEIJ
De naam LAMEIJ is terug te voeren tot Jaques AMIJ (BOS-1344) die in 1652 in Delft in de Franse (=Waalse) kerk trouwde met Anne Pieters Le FEBVRE. Na het overlijden van zijn vader (in 1661) werd hun enig kind Pieter (BOS-672) op 5-jarige leeftijd toevertrouwd aan de zorg van de weeskamer van Delft. Een lot wat hun kleinkinderen (in 1688) ook overkwam na het overlijden van hun vader. De ouders van hun achterkleinkinderen hadden in 1729 echter een dusdanig vermogen opgebouwd dat zij middels een notariële acte de weeskamer buiten konden sluiten. (Zonder testament zou vanzelf een beroep op de weeskamer worden gedaan, maar dit had ook als consequentie dat men afstand moest doen van al hun bezittingen, die kwamen na overlijden van één van de ouders automatisch toe aan de weeskamer.)
Jacob Pieterszn LAMEIJ (336) woonde in de Molstraat in ca 1710. Zijn kleinzoon Jacobus (BOS-84) woonde aan de Beestenmarkt op de hoek van de Korte Broerhuissteeg. Diens zoon Jacobus (BOS-42) was op de zelfde lokatie in 1832 broodbakker. De bakkerij lag naast een woonhuis dat op naam van zijn moeder Johanna GÖBEL (BOS-85) stond.

v.d.LEE, Arijen Jansz (BOS-1184)
woonde in ca 1670 in de Gasthuislaan op de hoek met de Brabantse Turfmarkt. Zijn nazaat Philippus Johannes (BOS-74) was winkelier rond 1800.

LIGTENBERGH
Gerritje Lichtenberch (BOS-537) woonde bij haar overlijden, in 1729, aan de Geerweg in "de Schenkkan". Haar vader, Nicolaes (BOS-1074) was afkomstig uit Coblenz en woonde ook aan de Geerweg, hij was zijn hele leven soldaat en diende voor de compagnie onder andere onder kapitein Moor in Ierland en onder kapitein Duijst. Dit blijkt uit een notariële acte waarin de getuigenis staat over het in Engeland weglopen van een bij de compagnie in dienst zijnde klerk. De betrokken klerk had de weeksoldij van de soldaten verspeeld met gokken, moest daarvoor boeten door met de handen aan de galg vastgebonden te worden, waarbij de voeten op paaltjes konden staan, maar werd daarna bij wijze van gratie als "slecht soldaat" weer aangenomen. Niet voor lang dus.
Op basis van deze getuigenis is het waarschijnlijk dat Nicolaas Ligtenberg lid was van de "Blauwe Garde" zie: wikipedia, die aan de zijde van Willem III tegen de Engelse en Ierse katholieken vocht. Dit is opmerkelijk omdat Nicolaas zelf katholiek was, hij liet twee van zijn kinderen dopen in de parochie van St Hippolytus aan het Bagijnhof.
Bij zijn trouwen, in januari 1678, maakte Nicolaas deel uit van een garde onder kapitein Hornbergh. Deze kapitein overleed in augustus 1678 bij de slag om Saint-Denis (bij Mons/Bergen) in België, waar Nicolaas dus waarschijnlijk ook bij zal zijn geweest.

v.OOSTERHOUT, Gerrit Jansz(BOS-1072)
woonde in ca 1680 aan de Verwersdijk. Zijn zoon Jacob (BOS-536) woonde in de zuidwesthoek van de Beestenmarkt.

OOSTERWIJCK, Gijsbrecht Jorisz(BOS-2370)
was schipper rond 1630.

OUTSHOORN, Jacob Leendertsz (BOS-596)
was in ca 1705 eigenaar van 2 percelen op de hoek van de huidige Van Slingelandtstraat / Kwekerijstraat.

POELENBURCH, Jacobus Cornelisz (BOS-19260)
was in 1599 meester chirurgijn in Delft evenals zijn zoon Jacob (BOS-9630). Eerstgenoemde woonde in de Choorstraat en vermoedelijk later aan de Kolk. Zijn kleindochter Marijtge (BOS-4815) woonde op de Markt vlakbij de Oudemanhuissteeg.

v.d.POST, Pieter Crijnen (BOS-26)
bezat rond 1715 een perceel aan de Molslaan.

v.RIJSSELBERCH, Harmen Ariensz (BOS-4172)
was kuiper rond 1640, hij woonde in de Pieterstraat. Zijn zoon Arie (BOS-2086) woonde in het zelfde pand en bezat ook nog twee aangrenzende percelen.

v.d.ROER, Heijndrick Dirckszn (BOS-2138)
kocht in 1663 een pand in de Papenstraat, hij was koopman in potten.

ROMEIJN, Jan Claeszn (BOS-212)
bezat rond 1740 percelen in de Harmenkokslaan, Hopstraat en het Rietveld.

v.SCHIE, Huibregt Amen (BOS-604)
bezat rond 1710 twee percelen in de Breestraat en één op de hoek van de Gasthuislaan / Pieterstraat. Zijn weduwe Neeltje SPANJERSBERGH (BOS-605) woonde aan de Lange Geer. Huibregt's grootvader Cornelis MICHIJELszn (BOS-2416) was bouwman en afkomstig uit Schie.

SIGON, Gerardus (BOS-26)
was sjouwer in 1841 in Delft.

v.d.SLEIJDE, Jan Sipriaenszn (BOS-2058)
was houtkramer rond 1620, hij woonde aan de Markt.

SPANJERSBERGH, Cornelis Claeszn (BOS-4264)
was landarbeider en afkomstig van Schie. Drie takken Spanjersberg komen samen bij hem middels zijn drie zonen Pouwels (BOS-2132), Arijen (BOS-2420) en Cornelis (BOS-5032).
Pouwels bezat een aantal percelen aan de Rotterdamseweg. Zijn zoon Jan (BOS-1066) was aardewasser even buiten de Rotterdamse Poort in Delft. Uit een Notariële Acte uit 1690 van Delfshaven blijkt dat bij hem aarde voor de Delftse aardewerkindustrie werd aangevoerd uit Gent, Vlaanderen. Hij bezat twee panden aan het Achterom.
Cornelis zoon Arent (BOS-2516) woonde aan het Zuideinde.

SPROCKENBURCH, Jacob Maertenszn (BOS-2386)
was bouwman in ca 1630 en bezat een perceel aan de Gasthuislaan.

VERHAAGEN, Jan Teunisz (BOS-1056)
was in 1675 soldaat in Delft. Hij woonde in de Vlamingstraat, evenals zijn zoon Wouter (BOS-528). Wouter's zoon Barent (BOS-264) woonde in de Pieterstraat. Diens kleinzoon Johannes (BOS-66) was plateelbakker, diens dochter Magdalena (BOS-33) was werkster.

VILEERS, Aelbrecht Gillesz (BOS-1040)
bezat een perceel aan de Koornmarkt waar tegenwoordig de Synagoge staat en een perceel op de hoek van de Nieuwstraat / Oude Delft. Zijn kleinzoon Pieter (BOS-260) woonde in een vervallen pand aan het Achterom dat in 1767 door de Burgemeesteren aan hem werd geschonken.

d.VREE, Arent (BOS-526)
bezat rond 1720 twee percelen aan het Achterom en een pand op de hoek van de Giststraat / Lange Geer, waar later zijn weduwe Angeniesje v.WESTHOORN (BOS-527) bleef wonen en zijn schoonzoon Abraham v.RHOON (BOS-262).

v.WESTHOORN, Teunis Dirckszn (BOS-1054)
bezat een perceel gelegen achter de hoek van de Giststraat met het Achterom. In zijn dochter Angeniesje v.WESTHOORN (BOS-527 = BOS-607) (zie ook d.VREE) komen twee takken samen, één tak vormt haar dochter Dirckie ACKERSDIJCK (BOS-303), uit haar huwelijk met Dirck ACKERSDIJCK (BOS-606). De andere tak vormt haar dochter Johanne d.VREE (BOS-263), uit haar huwelijk met Arent d.VREE (BOS-526).

WINGERTRANCK, Michiel Davith (BOS-678)
bezat in ca 1685 twee tegenover elkaar liggende percelen in de Hopstraat. Zijn vader voerde de achternaam OVAIN hetgeen werd veranderd in WINGERTRANCK. Hij was getrouwd met Jenne MEUNIER (BOS-679) wier naam veranderd werd in Jannetge MOLENAER.

Westlanders / Delflanders / Haaglanders

Een groot deel van de voorouders van Hans heeft wortels in de gebieden rondom Den Haag, Delft, Zoetermeer en Rotterdam. Familienamen uit deze regio die we in mijn stamboom tegenkomen, zijn:
ACKERSDIJCK - v.GEEST - BOEKESTEIJN - OOSTERLEE - SPANJERSBERG - OVERGAAG - v.STAALDUIJNEN - v.DUIJNEN - DIJCKXHOORN - v.SOLLEVELT - v.SANTEN

ACKERSDIJCK, Aam (BOS-2424)
woonde in Vlaardingerambacht en Overschie, hij was bouwman en enige tijd achtman (of schepen) in Vlaardingerambacht (Achtmannen, of Schepenen waren belast met het handhaven van de rechtsorde in een Ambacht).
Zijn vader Arent Hendricks, woonde in Akkersdijk, de naam van een gebied halverwege Schiedam en Pijnacker, nabij de Akkerdijkse plassen aan de noordzijde van Overschie.

BURGER, Frank (BOS-78)
was marktschipper in Monster in 1814.

DOCKUM, Ridder Heijndricksz (BOS-12472)
was afkomstig uit Opmeer (NH), kocht in 1579 huis, schuur, berg en geboomte, gelegen in de Holierhoeksepolder onder Vlaardingerambacht. Zijn zoon Cornelis (BOS-6236) was bouwman in de Broekpolder te Vlaardingen.

v.GEEST, Claes Adriaensz (BOS-6240)
woonde op de geest te Naaldwijk, was daar schepen.

v.d.LINDEN, Dirk (BOS-38)
was in 1835 metselaarsknecht in Naaldwijk.

v.SANTEN, Willem Huijbrechtsz (BOS-5026)
was schoenmaker en met regelmaat schepen in De Lier in de periode tussen 1627 en 1651.

SCHIPPER, Frederik Huijgensz (BOS-1598)
was zeeman uit Ter Heijde en rond 1675 schepen en armmeester te Monster.

v.STAALDUIJNEN, Joachim Pietersz (BOS-1596)
was rond 1675 bouwman en duinmeier (opzichter) op Staalduinen, bij Zandambacht.

VERHOUCK, Pieter Claesz (BOS-5024)
was metselaar en met regelmaat schepen in De Lier in de periode tussen 1615 en 1647. Zijn zoon Pieter (BOS-2512) ging de naam BOEKESTEIJN voeren, diens zoon Frank (BOS-1256) was herbergier in De Lier.

Hagenaars

De familie van Henny's vader en enkele loten uit Hans zijn voorouders hebben in Den Haag gewoond.

v.d.BENDE, Abraham Jansz (BOS-7132)
was servetwever, hij trouwde in 1612 in Delft maar was afkomstig uit Den Haag.

v.d.HARST, Dominicus Petrus (HARST-4)
was kellner o.a. in Hotel Centraal te Den Haag, hij trouwde in 1890 met de Engelse Mary Isabel STEVENS.

WIJNANTS, Henricus Marinus (BOS-14)
was o.a. bierkruier en lantaarnopsteker rond 1900 in Den Haag.

Zuiderlingen

Met name in de tak van zowel Henny's als Hans z'n vader, maar ook in Hans moeders tak komen we voorouders tegen die afkomstig zijn uit het Zuiden, d.w.z. Zuid-Nederland, België en Frankrijk.

Een aantal families is naar het Noorden gevlucht in de tijd dat de Spanjaarden huishielden in de overwegend Calvinistische regio's. Deze vervolging leidde tot een enorme volksverhuizing, vooral naar Amsterdam, Haarlem, Middelburg, Rotterdam en Leiden. In Leiden was dit extreem, het inwonertal steeg tussen 1575 en 1622 van 15.000 naar 45.000, in Delft was die groei een stuk minder sterk, van 18.000 naar 22.000 (bron "De Zuidnederlandse immigratie 1572-1630 - Dr. J. Briels - 1978").
In de beginfase van de migratie (rond 1575) was Delft dus veel terughoudender met het toelaten van de vreemdelingen, maar wat later (ca 1595) werd het aantrekkelijk gemaakt voor hen om naar Delft te komen. De familie Hugebaert-Bolle is een duidelijk voorbeeld van de laatsten, zij vestigden zich eerst in Leiden, maar verhuisden enige jaren later naar Delft.
Veel van de nieuwkomelingen waren werkzaam in de lakenindustrie (zowel Leiden als Delft had deze binnen de poorten), maar namen ook hun kennis mee om een nieuwe industrie te stichten, o.a. de plateelindustrie (Delfts-Blauw) is hier een voorbeeld van.
Van de volgende van deze families is de plaats van herkomst bekend, zij kwamen uit de regio Westhoek (West-Vlaanderen) / Noord-West Frankrijk:
BOLLE - CORDIER - HUGEBAERT - LOTENS - des TOMBES
Cathalina Bolle(rts) en Carel Hugebaert waren beide afkomstig uit het Vlaamse Nieuwkerke, vlak tegen de grens met Frankrijk. Ze trouwden in 1585 in Leiden, maar ze vestigden zich later in Delft, in de Achterzak. Hun zoon Pieter was saaidrapier, oftwel wever van saai, een lichte wollen stof. Hij bezat huizen in de Vlamingstraat en de Yperstraat, diens zoon Karel woonde in de Kerkstraat (naast de Nieuwe Kerk).

Enkele andere familienamen die hun herkomst in het zuiden vinden zijn:
DAWANCE - BONAERT - VERHAAGEN - VIELEERS - MEIJSMANS - PINGAERT - MENSERT - BAILLY - JOLIJ - GROEN - HERWEIJER - v.HURCK

BAILLY/BALYFF, Jean (BOS-2114)
was in 1637 soldaat van de Compagnie in Delft en doopte zijn kinderen in de Waalse kerk.

DAWANCE, Toussaint (BOS-114)
vestigde zich aan het eind van de 18e eeuw in Den Haag, komende van Spa. Zijn vroegst getraceerde voorouder, Collin le LOUP de BREDA (BOS-233728) kan worden gedateerd tot het begin van de 14e (!) eeuw en blijkt één van de stichters van het stadje Spa te zijn. Uitgebreide informatie over de BREDAR/LELOUP en andere families uit Spa kan worden gevonden op: www.spahistoire.info

GROEN, Pieter Jansz (BOS-4164)
was pottenbakker aan de Nieuwe Langendijk in Delft, en net als zijn eerste vrouw, Maritgen Pieters, waarmee hij in 1592 in Delft trouwde, afkomstig uit Brussel.
Dat het leven aan het begin van de 17e eeuw hard kon zijn blijkt uit de begrafenissen van vijf (!) van zijn kinderen en zijn tweede echtgenote (Cathalijna Gerrits) binnen een periode van zestien dagen, nml. tussen 17 april en 3 mei 1603. Zeer waarschijnlijk waren zij allen slachtoffers van de pest. Zijn derde vrouw met wie hij op 18 juli 1604 trouwde, Judith Huijgens, schonk hem drie zonen die de huwbare leeftijd haalden, Jacob, Vranck en Assereus, de eerste werd pottenbakker (net als zijn vader), de twee anderen werden plateelbakker in de rijzende "Delfts Blauw" plateelindustrie.

v.HURCK, Frans Pietersz (BOS-9628)
was in 1590 lakenbereider in Delft, afkomstig uit Antwerpen. Zijn zoon Frans (BOS-4824) oefende hetzelfde beroep uit en bezat tevens een pakhuis aan het Rietveld te Delft. Beiden hebben gewoond in de Kerkstraat, aan de noordzijde van de Nieuwe Kerk.

JOLIJ, Jean (BOS-126)
was strohoedenmaker in Zutphen en afkomstig uit het Belgische Wonck in het Jekerdal.

MENSARD, Anthony Markusz (BOS-1028)
was slotenmaker en smid in Delft, afkomstig uit Bergen op Zoom. Hij woonde in ca 1650 aan de Oude Delft, vlakbij de hoek met de Binnenwatersloot. Net als zijn vrouw Marijtge v.d.SLEIJDE (BOS-1029) overleed hij op jonge leeftijd. Hun zoon Johannes (BOS-514) woonde in de Choorstraat op de hoek met de Papenstraat.

v.TAERTEN, Adriaen (BOS-9626)
was afkomstig uit het Vlaamse Diksmuide. Hij trouwde in 1587 te Leiden met Maeyken Michiels CORDIER (BOS-9627) die afkomstig was uit het nu Franse Hondschoote. Zij verhuisden naar Delft.

Duitsers

Verspreid over de stamboom van Henny's vader en Hans zijn vader en moeder komen we voorouders van Duitse afkomst tegen. Duitse familienamen zijn:

ÄHLEN, Jan-Bernd (BOS-102)
was arbeider en woonde in de omgeving van Hannover. Zijn dochter Anna Margaretha Engel (BOS-54) vestigde zich in Delft.

ASSBERGS, Pieter Antonius (BOS-232)
was afkomstig uit Düsseldorf, zijn zoon Joannes Joseph (BOS-116) was kopergieter in Den Haag, diens zoon Franciscus (BOS-58) was daar koetsier, diens dochter Maria Alida (BOS-29) wasvrouw en werkster.

DOLL, Johannes (BOS-118)
was afkomstig uit Andernach bij Koblenz en vestigde zich in Beverwijk, toen hij trouwde (in 1806) was hij soldaat bij de mariniers, nadien werd hij koperslager.

OPPERHUIJSER, Johan Martin (BOS-184)
was kleermakersknecht in Leiden ten tijde van zijn huwelijk in 1757, hij was afkomstig uit Darmstadt, Hessen.

het dorpje 't Woudt
het unieke dorpje 't Woudt

Buitenbeentjes

Voorouders die niet te plaatsen zijn in bovenstaande categorien, maar waar toch iets over te vertellen valt:

AKKERMAN, Everardus Joannes (BOS-124)
was leerlooier in Zutphen, zijn zoon Joannes (BOS-62) was schoenmaker ook in Zutphen.

AMMAN, Jan (BOS-554)
woonde in de Anjeliersstraat in Amsterdam en was aanhanger van het Lutherse geloof.

BEUTE, Hermen Hermensz (BOS-272)
was net als zijn zoon Marten (BOS-136) veenwerker in de driehoek Friesland, Drenthe, Overijssel. Marten's zoon Rijkent (BOS-68) was schoenmaker in Steenwijk en zijn zoon Nicolaas Waterbeek (BOS-34) was daar kleermaker.

BLANGÉ, Hendrik (HARST-76)
was kleermaker afkomstig uit Leiden, zijn zoon Louis (HARST-38) was sjouwer in Den Haag , diens vrouw Alida GODFRIED (HARST-39) was mutsenmaakster.

COOL, Jacob Teunisz (BOS-2146)
was afkomstig van de Diefdijk bij Leerdam. Hij trouwde in 1640 in het Gelderse Buren met Willemke DIRCKs (BOS-2147) en verhuisde enkele jaren later naar Delft.

DEELEN, Johannes Christophorus (BOS-54)
was pottenbakker in Delft, hij stamt af van Jan Michielsz DELEN (BOS-3456) die o.a. in 1626 burgemeester was van het gehucht "De Rul" bij Heeze. Joannes' moeder Wilhelmina v.RIEL (BOS-109) was werkster.

DISSIUS, Jacobus Arentsz (BOS-2062)
was dominee in 't Woudt van 1623 tot 1662. Hij woonde met zijn vrouw Maria Jansdr v.STARRENBURCH (BOS-2063) in de Voorstraat te Delft. Zijn zoon Abraham en dochter Jannitge (BOS-1031) trouwen gelijktijdig met kinderen van Joris CLOETINGH (zie Delftenaren). Abraham wordt net als zijn schoonvader en zwager meester boekdrukker, in 1651 koopt hij "'t Gulden ABC". Jacobus' vader Arent Maertensz (BOS-4124) was lakenbereider in Delft.

ELSING, Maria (BOS-117)
was werkster in Den Haag, ze was afkomstig uit Sneek.

GROENHEIJDE, Waling Bastiaensz (BOS-1594)
was bouwman en gezworene van Abtsrecht, een ambacht even ten zuiden van Delft.

KNIP, Willem (BOS-40)
was een vondeling, helaas niet zeldzaam in die tijd (1790) en op die plaats (Amsterdam). Hij trok naar Den Haag waar hij Maria KEIJZER (BOS-41) trouwde en in de bouw werkte.

v.d.KOOIJ, Pleun Michielsz (BOS-6368)
was bouwman en kooiker op de Kooijwoning in de Zuidpolder van Delfgauw, is stamvader van het geslacht Van der KOOIJ.

MIDDENDORP, Harmen Dirksz (BOS-1064)
was Luthers, al zijn kinderen zijn gedoopt in de Lutherse kerk te Delft. Hij woonde in ca 1675 op de hoek van het Rietveld met het Raam in Delft.

PENNINGH, Willem Pietersz (BOS-17232)
was stuurman van een buis rond 1590. Zijn zoon Cornelis (BOS-8616) was schipper en diens zoon Willem (BOS-4308) was ook een zeevarend man. Van diens zoon Willem (BOS-2154) is een notariële acte uit 1650 gevonden waarin vermeld wordt dat hij klaarstond om uit te varen naar Groenland. Zij allen woonden in Schiedam.

PRINS, Dirk (BOS-306)
is afkomstig uit Poortugaal, trok naar het Westland om daar te trouwen met Maartje LANDERSHOF (BOS-307) uit 's-Gravenzande en vestigde zich definitief op Voorne-Putten alwaar hij zijn kinderen liet dopen (te Simonshaven).

WILLEMSE, Joanna (BOS-249)
kwam uit het Gelderse dorp Hummelo, even ten Noorden van Doetinchem in 1777 trouwde ze met de Zutphense weduwnaar Jan AKKERMAN (BOS-248).


het kerkje van Simonshaven
het mooie kerkje van Simonshaven


back forward